Het omgevingsrecht is ‘verbrokkeld’ en verdeeld over diverse wetten. Deze verbrokkeling leidt tot afstemmings- en coördinatieproblemen en verminderde kenbaarheid en bruikbaarheid voor alle gebruikers. In dit licht moet de Omgevingswet worden bezien.

Het nieuwe stelsel gaat uit van een paradigmawisseling van bescherming van de fysieke leefomgeving via een werende benadering van activiteiten, naar een beleidscyclus waar de continue zorg voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving centraal staat en ruimte ontstaat voor ontwikkeling. De nieuwe benadering gaat uit van vertrouwen, waarbij er snel en doeltreffend kan worden opgetreden als dat nodig is. De opbouw van de wet volgt een beleidscyclus.

Deze doelstelling van de wet is samengevat in het motto van de Omgevingswet: «ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit». Dit is de essentie van de Omgevingswet.

De Omgevingswet heeft als doel om de wetgeving binnen het omgevingsrecht te vereenvoudigen. 26 wetten worden gebundeld op het gebied van o.a. bouwen en milieu. Het aantal AMvB’s wordt teruggebracht tot vier besluiten, zoals het Omgevingsbesluit en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Meer activiteiten worden via algemene regels gereguleerd, waardoor minder vaak een vergunning nodig zal zijn.

De wet kent zes kerninstrumenten, zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. Naast deze kerninstrumenten omvat het wetsvoorstel ondersteunende instrumenten die nodig zijn om besluiten te nemen en te effectueren, zoals procedurebepalingen en regelingen voor toezicht en handhaving.

Update: De Omgevingswet, die aanvankelijk in 2013 in werking zou treden – wat zeer ambitieus was –, treedt naar verwachting in 2019 in werking. Inmiddels (medio 2017) heeft de minister aangegeven dat ook deze datum niet wordt gehaald in verband met uitvoeringswetgeving. Deze onderliggende wetgeving vergt meer tijd.

De nieuwe inwerkingtredingsdatum staat nu gepland op 1 januari 2021. De einddatum van de transitie blijft 2029.