Op 25-11-2015 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu een beleidsbrief gestuurd aan de Tweede Kamer. In de brief ontvouwt de minister de kabinetsvisie op het grondbeleid in het licht van de maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving.

In de brief gaat de minister (daarnaast) in op de verbetering van het instrumentarium voor het grondbeleid, die o.a. bereikt en vormgegeven worden met de Aanvullingswet grondeigendom, om het grondbeleid geschikt te maken voor de genoemde opgaven.

In de Aanvullingswet zullen de instrumenten onteigening (Onteigeningswet), voorkeursrecht (Wet voorkeursrecht gemeenten) en herverkaveling en kavelruil in het landelijk gebied (Wet inrichting landelijk gebied) worden samengebracht en vereenvoudigd.

Wat betreft de onteigeningsprocedures zal beter aangesloten worden bij de algemeen gangbare procedures in het omgevingsrecht en een scherp onderscheid worden aangebracht tussen het publieke spoor en het civielrechtelijke spoor, waarin de schadeloosstelling wordt vastgesteld.

Het instrument voorkeursrecht wordt eveneens vereenvoudigd en verbeterd.
Aan het stelsel van landinrichting wordt een nieuw instrument toegevoegd: vrijwillige stedelijke (her)verkaveling.

De regeling voor vrijwillige stedelijke (her)verkaveling zal het voor eigenaren makkelijker maken een en ander zelf te regelen door eigendommen zelf te ruilen.

Ook brengt de Aanvullingswet een aantal wijzigingen in de regeling voor het kostenverhaal (hoofdstuk 12 van de Omgevingswet 2018).

Update 7-09-2017
Aan de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet is de garantie toegevoegd dat een rechter altijd kijkt of een onteigening volgens de regels verloopt, ook als de eigenaar geen beroep instelt.  Dit zorgt voor een betere bescherming van grondeigenaren bij onteigening.

Deze gegarandeerde rechtelijke toets is toegevoegd aan het wetsvoorstel n.a.v. een aanvullend advies van de Raad voor Rechtspraak d.d. 7 september 2017.

Auteur: mr. M. el Hachmioui